Om 14:00 uur stappen we het kantoor van de arts binnen. C is mee. Ik ga achter het beeldscherm zitten, zodat C tegenover de arts zit. Dit is niet de bedoeling dus we wisselen van plek. Nu zit ik tegenover de arts.
Hij stelt zich voor als dokter A en vertelt dat hij hematoloog/internist is. Op mijn vraag wat dat inhoudt krijg ik geen antwoord. Wel gaat hij naar de bulten onder mijn oksels kijken, legt uit wat het is en zo nodig verwijst hij me door.
Maar zover is het nog niet.
Eerst stelt A de gebruikelijke vragen: naam, geboortedatum en woonplaats. Daarna wil hij weten hoe ik me voel en waarom ik naar de huisarts ben gegaan. Ik vertel dat ik, door de bulten, niet kan slapen en daarom aan de bel heb getrokken. Hij knikt, tikt wat op zijn computer en stelt nog meer vragen. Dan staat hij op en vraagt of ik hem wil volgen naar de onderzoeksruimte.
Hier doe ik mijn shirt uit waarna hij voor me gaat staan. Hij bevoelt mijn hals, sleutelbeen en borst. Dan onderzoekt hij de bulten onder mijn oksels, maar zegt niets. Als dit klaar is mag ik gaan liggen op de onderzoekstafel. Hier bevoelt hij mijn milt, lever en andere organen.
Hierna mag ik opstaan, een aantal keer diep zuchten en onderwijl luistert hij naar mijn longen. De dokter is klaar en ik mag mijn shirt terug aandoen. In het kantoor tikt hij weer iets op zijn computer en kijkt me dan aan.
‘Mijnheer Andriessen, ik verwijs u door naar de chirurg voor een biopt, naar de radiologie voor een PET scan en u zometeen laat u bloed prikken.’
Ik knik.
‘Wilt u misschien weten wat ik denk dat het is?’
‘Graag.’
Hij pakt een stuk papier en begint te schrijven.
Vergrote klieren
- Infectie
- Reumatologisch
- Maligniteit
Hij wijst naar het papier. ‘U heeft vergrote klieren en dat kan een paar oorzaken hebben.’
Hij onderstreept infectie en reumatologisch. ‘Omdat u meerdere vergrote klieren heeft kan ik die twee bijna helemaal uitsluiten. Wat overblijft is maligniteit.’
Ik kijk dokter A aan. ‘U bedoelt kanker?’
Onderzoekend kijkt hij terug. Volgens mij zich afvragend of ik de waarheid aan kan.
‘Ja, dat bedoel ik. In uw geval lymfeklierkanker. Maar dat is nog niet zeker.’
‘Dat begrijp ik. En wat dan? Wat als er kanker uit de onderzoeken komt?’
‘Dan komt u weer bij mij. De chemo boer. Zo noemen ze mij. Dat is wat een hematoloog doet.’
Heel even kijk ik C aan. Zij lijkt aangeslagen. Daarna kijk ik terug naar dokter A.
‘Heeft u nog vragen, mijnheer andriessen?’
Ik schud mijn hoofd.
‘Mooi, dan loop ik met jullie mee naar de balie, waar ze de onderzoeken inplannen.’
Verslagen lopen we achter dokter A aan en het enige wat ik hoor is:
Chemo boer.
Chemo boer.
Hij is de chemo boer.
Wil je geen bericht missen? Laat dan je naam en email achter.
Zodra er een nieuw bericht is mail ik je.